DMARC is de sluitsteen van e-mailauthenticatie: het vertelt ontvangende mailservers wat ze moeten doen met berichten die zich als uw domein voordoen maar de controles niet doorstaan. In een Microsoft 365-omgeving is de techniek goed te implementeren, maar de valkuil zit niet in het DNS-record zelf, die is zo geplaatst. De valkuil zit in het correct afstemmen van SPF en DKIM en in het gefaseerd aanscherpen van het beleid zonder legitieme e-mail te blokkeren.

Deze gids beschrijft de praktische stappen voor een Microsoft 365-tenant, in de volgorde waarin u ze het beste uitvoert.

Voordat u begint

DMARC werkt alleen als SPF óf DKIM slaagt én uitgelijnd is met het domein in het From-adres (alignment). Zet DMARC daarom nooit als eerste stap op reject. Begin altijd met monitoring.

Stap 1: Breng al uw verzendende bronnen in kaart

De meest gemaakte fout is DMARC aanscherpen voordat u weet wie er allemaal namens uw domein mailt. Naast Microsoft 365 versturen vaak ook andere systemen e-mail met uw domein in het afzenderadres:

  • marketingplatforms (nieuwsbrieven)
  • boekhoud- en facturatiesoftware
  • CRM- en supportsystemen
  • webformulieren en applicaties op uw website
  • externe partijen die namens u mailen

Elke bron die u vergeet, wordt straks geblokkeerd zodra u het beleid aanscherpt. Deze inventarisatie is daarom geen formaliteit, maar de kern van een veilige uitrol.

Stap 2: SPF correct instellen voor Microsoft 365

Microsoft 365 gebruikt een centraal SPF-include. Het basisrecord ziet er zo uit:

v=spf1 include:spf.protection.outlook.com -all

Aandachtspunten:

  • Voeg alle legitieme bronnen uit stap 1 toe aan het SPF-record (elke dienst heeft een eigen include of IP-bereik).
  • SPF kent een harde limiet van 10 DNS-lookups. Te veel includes en het record faalt stil. Gebruik zo nodig SPF-flattening of verminder het aantal bronnen.
  • Sluit af met -all (hard fail), niet ~all (soft fail), zodra u zeker weet dat alle bronnen kloppen.

Stap 3: DKIM activeren in Microsoft 365

DKIM staat in een Microsoft 365-tenant standaard níet actief voor uw eigen domein, alleen voor het onderliggende onmicrosoft.com-domein. U activeert DKIM voor uw eigen domein via het Microsoft Defender-portaal (Email & collaboration → Policies → DKIM).

De praktische stappen:

  • Publiceer de twee CNAME-records (selector1 en selector2) die Microsoft aanlevert in uw DNS.
  • Schakel DKIM-signing in het portaal in nadat de CNAME's actief zijn.
  • Controleer dat uitgaande berichten daadwerkelijk een DKIM-handtekening met uw eigen domein dragen.

Belangrijk voor alignment: DMARC slaagt pas als het domein in de DKIM-handtekening (of het SPF-domein) overeenkomt met het domein in het zichtbare From-adres. Dit heet alignment en is precies waar veel implementaties op stuklopen.

Stap 4: Het DMARC-record publiceren op p=none

Begin altijd in de monitoringstand. Publiceer een TXT-record op _dmarc.uwdomein.nl:

v=DMARC1; p=none; rua=mailto:dmarc-rapporten@uwdomein.nl; fo=1

Met p=none blokkeert u nog niets: u ontvangt alleen rapportages (rua) over welke bronnen namens uw domein mailen en of ze SPF/DKIM doorstaan. Zo maakt u de werkelijkheid zichtbaar zonder risico op blokkades.

Laat deze stand minimaal enkele weken staan, afhankelijk van hoe onregelmatig uw verzendende bronnen zijn (een maandelijkse nieuwsbrief moet u minstens één cyclus zien).

Stap 5: Subdomeinen niet vergeten

DMARC op uw hoofddomein dekt niet automatisch alle subdomeinen op de manier die u verwacht. Met de sp-tag stuurt u het beleid voor subdomeinen apart aan:

  • Ongebruikte subdomeinen kunt u direct streng zetten (sp=reject), zodat ze niet als aanvalsvector dienen.
  • Subdomeinen die wél mailen (bijvoorbeeld een apart domein voor nieuwsbrieven) hebben hun eigen SPF/DKIM-afstemming nodig voordat u ze aanscherpt.

Vergeet ook uw parkeerdomeinen niet: domeinen die u bezit maar niet gebruikt voor e-mail, horen een streng DMARC- én SPF-record te krijgen zodat ze niet misbruikt kunnen worden.

Stap 6: Gefaseerd aanscherpen naar quarantine en reject

Zodra de rapportages laten zien dat alle legitieme bronnen SPF/DKIM doorstaan en uitgelijnd zijn, scherpt u stapsgewijs aan:

  • p=none → monitoren, geen actie
  • p=quarantine; pct=25 → een deel van de mislukte mail naar spam, om het effect te toetsen
  • p=quarantine → alle mislukte mail naar spam
  • p=reject → mislukte mail wordt geweigerd

Met de pct-tag rolt u een strenger beleid geleidelijk uit over een percentage van het verkeer. Zo houdt u de impact beheersbaar en kunt u terugschakelen als er onverwacht iets misgaat.

Veelgemaakte fouten

  • Direct op reject beginnen. Zonder monitoringfase blokkeert u vrijwel zeker legitieme mail van een vergeten bron.
  • DKIM niet voor het eigen domein activeren. Dan tekent Microsoft met onmicrosoft.com en faalt alignment.
  • De SPF 10-lookup-limiet overschrijden. Het record faalt dan stil, met mislukte DMARC tot gevolg.
  • Rapportages niet lezen. Zonder de rua-rapporten te analyseren, scherpt u blind aan.
  • Subdomeinen en parkeerdomeinen negeren. Aanvallers gebruiken juist die om zich als uw organisatie voor te doen.

Het interpreteren van die rapportages is een onderwerp op zich. Daarover leest u meer in het artikel DMARC-resultaten en beleid controleren.

Wilt u DMARC veilig naar reject brengen?

Wij richten SPF, DKIM en DMARC voor uw Microsoft 365-omgeving in en begeleiden de gefaseerde uitrol, zodat u beschermd bent zonder legitieme e-mail te blokkeren.

← Terug naar Email Domein Beveiliging